Er is een zeer positieve ontwikkeling in de medische, wetenschappelijke wereld. Dankzij het internationaal beroemd geworden gepubliceerde onderzoek naar bijna-dood ervaringen door Pim van Lommel, Ruud van Wees, Vincent Meyers en Ingrid Elfferich in de Lancet in 2001, is het fenomeen van de bijna-dood ervaringen en de daaruit voortvloeiende mogelijkheid dat de menselijke geest voortleeft na het overlijden van het fysieke lichaam ook op de medische kaart gezet. Met zijn boek “Eindeloos bewustzijn - Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring” (november 2007, Uitgeverij Ten Have) maakt van Lommel het fenomeen bijna-dood ervaringen voor een groot publiek wetenschappelijk toegankelijk.
Pim van Lommel - Eindeloos bewustzijn - Een wetenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring
Veel mensen beschouwen het voortleven na dit leven als een feit en dit geeft hun een richtlijn hoe zij hun leven willen indelen. Dit is nu zo, maar het is sinds mensenheugenis altijd al zo geweest. Prettig voor deze mensen is dat nu ook een wetenschapper hen serieus neemt en een zeer zinvolle aanzet geeft het boeiende fenomeen wetenschappelijk te verklaren, wat niet gemakkelijk is, want weinig wetenschappers gingen hem voor.
Pim van Lommel in Profiel op 26 maart 2008:
Zie ook het recente interview met Pim van Lommel in "Boeken" van de VPRO:
* Als u op de Media Player plaatjes klikt, wordt meteen het betreffende interview gestart *
en in Kruispunt van de RKK:
en bij Pauw en Witteman (Vara):
Op allerlei manieren komen mensen in aanraking met het gegeven dat er meer is tussen hemel en aarde en hun ervaringen zijn zo realistisch en ingrijpend dat hun wereldbeeld zich vormt naar deze ervaringen. De bijna- dood ervaring is zo’n ingrijpende ervaring. Bijna-dood ervaringen doen zich voor in levensbedreigende situaties als verkeersongelukken en operaties onder narcose, maar ook in situaties van diepe meditatie, diepe stress, of spontaan, waarbij de patiënt letterlijk wegzweeft van zijn lichaam, vaak richting een licht en daarbij allerlei aardse en niet aardse waarnemingen doet. Hij of zij ziet bijvoorbeeld de hele operatie (vergelijk de bijna-dood ervaring van Pam Reynolds) en komt voor de keuze te staan op de aarde verder te gaan of over te gaan.
De bijna-dood ervaring komt vaak genoeg voor. Pim van Lommel geeft een schatting van 600 000 BDE'ers in Nederland. Wegens de impact en vaak pracht van de ervaring, is het voor hen enorm belangrijk dat er er- en herkenning voor het fenomeen komt.
Voor ik verder ga, licht ik mijn eigen achtergrond in deze zaak kort toe. Op mijn zevende werd ik onder narcose gebracht omdat mijn keelamandelen geknipt moesten worden. Mijn bewustzijn gleed weg, maar kwam even later weer terug, waarop ik de hele operatie van een afstand waarnam en dus zag wat ik volgens geldende normen niet had kunnen zien. Ik verwijs hiervoor verder naar mijn boek: Door het raam – ervaringen met uittredingen dat ik in 2000 publiceerde en in 2004 herpubliceerde (zie Door het raam, uitgave 2004, bladzijde 25 en verder).
Vanaf mijn achttiende jaar begon ik spontaan en zeer regelmatig uittredingen te ervaren, waar ik twee boeken (Door het raam en Door de poort) over geschreven heb, en het derde Door de nacht is in de maak. Het fenomeen uittredingen is nauw verwant met het fenomeen dat Pim van Lommel behandelt. In feite zijn bijna-dood ervaringen ook uittredingen, maar dan met een definitiever karakter. Dit wil zeggen dat er aspecten van afscheid nemen van de aarde bij komen als ook het verwelkomd worden in de astrale wereld.
Pim van Lommel is cardioloog en onderzocht, samen met drie psychologen, 344 Nederlandse patiënten waarvan er 62 een BDE gehad bleken te hebben. Van Lommel is verbonden aan de Stichting Merkawah, die een steun- en informatiepunt is voor mensen met bijna-dood ervaringen. Veel wetenschappers redeneren vanuit wat bekend is, maar Pim van Lommel gaat een stap verder. Zonder mensen als Van Lommel zou de wetenschap nooit die fantastische impuls krijgen verder te kijken dan de menselijke neus lang is.
Maar om met de deur in huis te vallen, omdat dit een blog is, en geen boekwerk: Pim van Lommel en zijn recente werk “Eindeloos bewustzijn” krijgt te maken met kritiek uit de sceptische hoek. Ik zal u een paar namen noemen van mensen die voortrekkers zijn in deze niet malse kritiek jegens van Lommel. Nu is er niets tegen gezonde kritiek, maar wat ik er wel op tegen heb, is de ongehoord ruwe, vaak respectloze toon waarmee deze mensen hun argumenten te berde brengen. Ik laat het aan u als lezer over dit zelf na te lezen op de diverse blogs die ik hieronder noem. Uit welke hoek komen de kritieken, die komen onder andere van: Gert Korthof: bioloog, Gerald (Gerry) Woerlee: anesthesioloog, Jan Willem Nienhuys: wiskundige en Secretaris van de Stichting Skepsis Nederland, Rob Nanninga: hoofdredacteur van ‘Skepter”, het blad van Stichting Skepsis.
In deze blogs kunt u lezen hoe er gesteigerd wordt tegen de ideeën en bevindingen van Van Lommel: Skepsis blog en Evolutie blog
Skepsis komt binnenkort met een stuk van Woerlee die de interpretatie van Van Lommel wil weerleggen. Een voorproefje daarop kan al gelezen worden op de blog van Korthof waar onder andere Korthof en Woerlee fulmineren tegen het boek van Van Lommel en het feit dat Van Lommel de discussie niet meer aangaat met sceptici. In plaats van zich af te vragen waarom dit zo is (namelijk omdat deze discussie met sceptici altijd zinloos bleek, omdat er aan sceptische zijde geen sprake was van de bereidheid echt te horen wat de ander zegt), proberen de sceptici zich te bundelen in hun gemeenschappelijke poging het materialistische wereldbeeld overeind te houden.
Sceptici worden soms ook wel debunkers genoemd, want dat is in een aantal gevallen een juister woord dan skeptici. Het woord zegt het namelijk zelf: "skepsis" staat voor twijfel. Een echte skepticus twijfelt altijd, ook aan zijn eigen ideeën. Daarvan is bij een aantal sceptici echter nauwelijks of geen sprake. Zij twijfelen namelijk niet aan hun inzichten. Integendeel, hun inzichten lijken hun enige en objectieve waarheid te zijn die met veel kracht aan andersdenkenden wordt opgedrongen.
Het idee dat zij voortleven na dit leven staat sceptici kennelijk zeer tegen. Waarom, wordt mij in ieder geval nooit helemaal duidelijk.
Rudolf Smit, eindredacteur van het kwartaalblad van Merkawah, stelde in dit verband op de blog van de sceptici al de volgende zeer terechte vragen:
“Wat mij namelijk wezenlijk interesseert is de vraag waarom met name de tegenstanders van het idee van een voortleven-na-de-dood daar zo (en soms ook zo fel) tegen zijn? Waarom worden die altijd zo kwaad daarover, waarom attackeren ze mensen die wèl de mogelijkheid van een hiernamaals willen overwegen of er zelfs in willen geloven (en er over publiceren), en laten ze die niet gewoon met rust? Wat in hemelsnaam (sic!) doen die verkeerd door zo’n geloof te koesteren? En waarom überhaupt willen ze daar zelf helemaal niet aan? Wat zou er nou zo catastrofaal zijn aan het bestaan van een hiernamaals, wat zou er nou zo schadelijk aan zijn voor de mensheid? En: waarom willen ze zelf eigenlijk zo graag helemaal morsdood zijn? (iets anders kan ik niet constateren na deze steeds weer opduikende afkeer van het idee dat er leven na de dood kan zijn). Ook in dit verband, waarom beweren zoveel tegenstanders van dat idee zelf wel vrede te hebben met de, volgens het materialistische paradigma, volstrekte toevalligheid en dus ook totale zinloosheid van het bestaan? En waarom verlangen ze impliciet dat iedereen daar ook zo over zou moeten denken (anders zouden ze er toch niet zo’n punt van maken en hen die er niet zo over denken steeds uitmaken voor zwevers e.d.)?
Ja, veel vragen, maar nu de meest prangende vraag: wat zouden jullie, Rob, Jan Willem en Agno accepteren als een sluitend bewijs dat er wel leven na de dood bestaat?”
Stiekem moest ik erg lachen om de zin “En: waarom willen ze zelf eigenlijk zo graag helemaal morsdood zijn?” Want daar lijkt het inderdaad op. Jan Willem Nienhuys kwam naar mijn indruk niet met een bevredigend antwoord op de vraag wat sluitend bewijs zou zijn voor een leven na dit leven. En ik hoorde Rob Nanninga schriftelijk verzuchten dat hij de eeuwigheid niet echt zag zitten want: “Ik heb geen afkeer van een voortbestaan, al zou ik evenals Maso niet weten wat ik eeuwig (en da’s lang hoor!) zou moeten doen.” (Bron)
Wat mij daarbij opvalt, is dat sceptici sterk redeneren vanuit aardse wetten en gevoelens. Wie zegt dat de eeuwigheid (als je er eenmaal bent) “ eeuwig lang” aanvoelt? Misschien bestaat daar het tijd(sgevoel) helemaal niet of zijn er rustperiodes, waarna je gewoon weer verder gaat?
Woerlee, Korthof, Nienhuys en Nanninga (en nog een aantal mensen) gaan ervan uit dat alle aspecten van de bijna-dood ervaring fysiek te verklaren zijn en Woerlee zegt dat hij dat in zijn boek “Mortal Minds” al gedaan heeft. (Bron)
Het is markant te noemen dat iemand zegt alle aspecten van de bijna-dood ervaring te kunnen verklaren. Daarvoor zou je mijns inziens toch tenminste de titel “God” voor je naam moeten hebben. Het is namelijk algemeen bekend dat de hersenen en hun werking nog grotendeels onbegrepen zijn en dat men de locatie van het menselijke bewustzijn zeker niet in kaart heeft. En dat is nu juist de kracht van Van Lommel die hiernaar veel literatuuronderzoek gedaan heeft en met een open mind naar het bewustzijn kijkt.
In plaats het voorwerk van Van Lommel op te pakken en er constructief mee verder te willen werken, frustreren een aantal sceptici het serieuze onderzoek naar de mogelijkheden van het menselijke bewustzijn. In plaats de sterke punten in het boek, waar ik zo op verder ga, aan te grijpen, proberen ze uit alle macht fouten in het boek van Van lommel te vinden, waarmee zij denken te bewijzen dat het hele boek meteen weerlegd is.
Dit is overigens een bekende tactiek, want, zo denken sceptici schijnbaar: als iemand (lees: iemand die anders denkt dan zij) ergens een fout maakt, dan zal alles wel onzin zijn. Dit is natuurlijk onwaar: wij mensen zijn geen robotten, al wordt er vanuit sceptische kring maar al te vaak geredeneerd vanuit het idee dat wij niets meer zijn dan onze cellen die ons dicteren vanuit het vlees.
Zo hoor ik Woerlee zeggen in een uitzending van de EO, “Onderzoek op de grens van de dood”:
dat 20 % van de mensen tijdens een reanimatie, terwijl ze klinisch dood zijn, een dusdanige pompende werking van het hart hebben, dat bewustzijn ondersteund wordt en dat dit de 18 % zou verklaren waarmee Pim van Lommel komt: namelijk dat 18 % van de mensen in het onderzoek van Van Lommel een BDE ervaring had. Woerlee meent dat dit “minimale bewustzijn” de bijna-dood ervaring veroorzaakt. Dit is mijns inziens een uiterst vreemde wending in de argumentatie, want Woerlee weet niet eens wat bewustzijn precies is noch waar zich dat bevindt. Dus hoe kun je dan stellen dat het bewustzijn afhankelijk is van de pompende werking van het hart tijdens een narcose?
Maar ik ga eens concreet naar het boek van Van Lommel, dat ontzettend goed loopt en inmiddels aan zijn achtste druk toe is (50 000 exemplaren verkocht binnen een paar maanden tijd). Pim van Lommel geeft veel voorbeelden van de daadwerkelijke bijna-dood ervaring. Deze blijkt zo ingrijpend dat de mensen die het meemaken er meestal als andere mensen uitkomen: minder of niet meer materialistisch ingesteld, milder, met een grote zekerheid dat de dood geen bedreiging meer is, maar vaak zelfs iets om naar uit te zien.
Het is opvallend dat het voor BDE-ers bijna onmogelijk is hun ervaring te beschrijven. Ze kunnen met geen pen de diepte en reikwijdte omschrijven van wat hun overkomen is, maar ze proberen het toch. De menselijke taal schiet duidelijk te kort. Helaas stuiten ze daarbij op een flink aantal medici en wetenschappers die vol onbegrip of zelfs kil reageren. De bijna-dood ervaring is geen serieus gespreksonderwerp voor hen. Veel mensen doen er dan het zwijgen toe, maar gelukkig doorbreekt Van Lommel het doodzwijgen (...).
Op bladzijde 51 wordt aan een zeer markant gegeven gerefereerd, namelijk het feit dat een vrouw met de naam Vicky, die vanaf haar geboorte al niet kan zien, tijdens een BDE visuele waarnemingen heeft gedaan. De stelling van de sceptici dat bijna-dood ervaringen voortkomen uit herinneringen, wensen, ideeën enzovoort omtrent de dood, is onhoudbaar. Een vrouw die altijd blind is geweest, heeft nooit de gelegenheid gehad herinneringen aan het visuele op te bouwen, laat staan dat verklaard kan worden hoe Vicky kloppende visuele beelden zag van tijdens haar verkeersongeluk en haar coma.
De bijna-dood ervaringen leveren wel degelijk markante bewijzen op dat de waarnemingen buiten het lichaam kloppen. Ik citeer uit het boek van Van Lommel, bladzijde 91-92:
"Toen ik vijf jaar oud was kreeg ik een hersenontsteking, waardoor ik in coma raakte. "Ik stierf" en dreef in een veilige en zwarte leegte waar ik me niet bang voelde en geen pijn had. Dit was de plek waar ik me thuis voelde...Ik zag een meisje van ongeveer tien jaar oud. Ik voelde dat ze me herkende. We knuffelden en toen zei ze tegen me: "Ik ben je zus. Ik ben een maand na mijn geboorte gestorven. Ik ben naar je grootmoeder genoemd. Onze ouders noemden me kortweg Rietje." Ze kuste me en ik voelde haar warmte en liefde. "Je moet nu teruggaan,"zei ze... Ik was in een flits terug in mijn lichaam. Ik opende mijn ogen en zag het blije en gerustgestelde gezicht van mijn ouders. Ik vertelde hun over mijn ervaring, die ze eerst afdeden als een droom...Ik tekende mijn engelenzus die me had begroet en beschreef alles wat ze me verteld had. Mijn ouders waren zo geschrokken dat ze in paniek raakten. Ze stonden op en verlieten de kamer. Na enige tijd keerden ze eindelijk terug. Ze bevestigden me dat ze een dochter verloren hadden, die Rietje heette. Ze stierf door een vergiftiging, ongeveer een jaar voordat ik geboren werd. Ze hadden besloten mij en mijn broer niet over haar te vertellen tot we in staat zouden zijn te begrijpen wat leven en dood inhielden."
Sceptici zeggen ook dat uittredingen en bijna-dood ervaringen terug te voeren zijn op zuurstofgebrek in de hersenen en dat het dus in feite hersenspinsels zijn van een lichaam in nood. Van Lommel weerlegt dat met het gegeven, dat dan iedereen wel bijna-dood ervaringen en uittredingen zou moeten ervaren als hij of zij een zuurstof gebrek zou hebben, wat dus niet zo is.
Op bladzijde 110 werpt Van Lommel nog een sterk argument op, namelijk dat er zich ook bij geen gebrek aan zuurstof in de hersenen bijna-dood ervaringen voordoen, bijvoorbeeld bij een dreigend verkeersongeluk. De term “hallucinaties” die door sceptici worden gebruikt om de bijna-dood ervaringen te beschrijven, doet absoluut geen recht aan de vele ooggetuigenverslagen van mensen met bijna-dood ervaringen en uittredingen die vanaf een afstandje kloppende feiten bleken gezien te hebben. Van Lommel zegt ook op bladzijde 127 van zijn boek, dat het zeer frappant is dat de bde’ers juist een zeer helder bewustzijn hadden tijdens de levensbedreigende situatie en dat er zelfs een omgekeerde relatie lijkt te bestaan “tussen de helderheid van het bewustzijn die wordt ervaren en het uitvallen van de hersenfuncties”. Een feit waaraan sceptici weinig aandacht aan willen besteden omdat het wellicht te lastig voor hen is om te verklaren.
Deze ooggetuigenverslagen worden door sceptici uit alle macht bestreden waarbij ze vergaande kronkels moeten maken om een ‘fysiek tegenbewijs’ te geven dat waarneming onder narcose of coma tijdens levensbedreigende situaties toch mogelijk is. Ik heb sceptici meerdere malen het principe van het Scheermes van Ockham horen noemen. Dit is het principe dat je als je ergens een verklaring voor zoekt, moet uitgaan van dat wat het meest voor de hand ligt. Sceptici gebruiken dit vaak te pas en te onpas om ‘aan te tonen’ dat de alternatieve sector er naast zit. Maar ik zie het omgekeerde hier gebeuren: de sceptici gaan zelf allang niet meer uit van hetgeen het meest voor de hand ligt, wat mag blijken uit hun vreemde fratsen om het bijna-dood verhaal van Pamela Reynolds te ontkrachten.
Het merkwaardige is nu dat deze poging tot ontkrachting gedaan wordt door personen die niet bij de operatie aanwezig zijn geweest, laat staan die zelf hebben verricht. De verklaring van haar chirurg Robert Spetzler is geheel in tegenspraak met die van Woerlee (op diens website). Spetzler kom er eerlijk voor uit: “Ik heb hier geen verklaring voor. Ik weet niet hoe het mogelijk is dat dit gebeurt, gezien de toestand waarin ze was. Bovendien heb ik zoveel dingen gezien die ik niet kan verklaren dat ik niet zo arrogant wil zijn door te zeggen dat het hoe dan ook niet kan gebeuren.” (bladzijde 164, boek Van Lommel).
Notabene: Dr. Spetzler, de chirurg die deze uiterst ingewikkelde operatie deed, zegt eerlijk dat hij het niét kan verklaren. Dr. Woerlee die niet bij die operatie aanwezig was, maar integendeel op duizenden kilometers afstand elders en tot voor enkele jaren van dit hele geval nog nooit iets had gehoord, beweert met de allergrootste stelligheid dat hij het wèl weet, en zelfs tot in detail. Het lijkt mij, dat een onafhankelijk en kundig persoon eerder de verklaring van de chirurg serieus zal nemen, dan het speculatieve verhaal van de niet bij de operatie aanwezige Dr. Woerlee.
Jan Willem Nienhuys zegt in een email van 18 januari aan mij dat mensen tijdens narcose nog steeds een goed werkend gehoor hebben, waardoor er op basis van dat gehoor feiten worden verzameld:
Fri, 18 Jan 2008, Sten Oomen wrote:
"Je kunt dan nog zo belezen zijn, een echte verklaring heb je niet voor het feit dat kinderen en volwassen mensen hun eigen operatie van een afstand zien."
Jan Willem Nienhuys:
“Daar is een prima verklaring voor: ze zien het niet, maar fantaseren het ongeveer op de manier waarop in een droom beelden worden geproduceerd, voornamelijk omdat hun gehoor nog werkt; omdat hun bewustzijn verlaagd is, kunnen ze het verschil tussen fantasie/droom en werkelijkheid niet maken, en denken ze dat ze het echt zien. Ongeveer hetzelfde effect dat en versufte en verwarde opiumschuiver denkt dat hij extreem helder is.
Het zou wat anders zijn als men tijdens operaties bewijsbaar iets zag waar men geen weet van kon hebben, maar op dat punt is er eigenlijk niks dan onverifieerbare anekdotes.”
Hierbij gaat Nienhuys volkomen voorbij aan het feit dat er al zeer vele van die kloppende waarnemingen zijn gedaan (ik verwijs terug naar onder andere het boek van Van Lommel, maar bekijkt u ook eens de link van de Stichting Athanasia en dat dit niet bepaald ‘anekdotes’ te noemen zijn.
Na een e-mailuitwisseling met ook Rob Nanninga gaf die na veel aandringen uiteindelijk een eerlijke reactie op mijn relaas over mijn waarnemingen als zevenjarige tijdens de narcose: (ook op 18 januari 2008):
“Ik kan niet controleren in hoeverre jij als zevenjarige kloppende waarneming deed van dingen die je niet kon weten. Daar kan ik dus geen oordeel over uitspreken.“
Dit is het type antwoord dat meer recht doet aan beide partijen en met deze open, niet veroordelende houding zou het onderzoek naar bijna-dood ervaringen en uittredingen een stuk verder komen.
Pim van Lommel concludeert, en hier ben ik het mee eens, op bladzijde 115 van zijn boek dat het onderzoek naar uittredingen in de kinderschoenen staat.
Zo wekten twee doktoren Olaf Blanke en Dirk de Ridder schijnbaar een uittreding op door bij een enkele patiënt een bepaald gedeelte in de hersenen te prikkelen. Maar bij nadere bestudering zien kenners van het fenomeen uittredingen al snel dat de opgewekte ‘uittreding’ nou niet bepaald het full range scala van een typische uittreding vertoont, bijvoorbeeld het daadwerkelijke en zeer fysieke en non fysieke gevoel uit je lichaam te glijden, het horen van aanzwellend gesuis in de hersenen (géén oorsuizingen, echt in de hersens) en het bekijken van het eigen astraal (geest)lichaam.
Door het gebiedje in de hersenen te prikkelen deed er zich eerder een complicatie van de waarneming van de eigen lichaamspositie voor, waardoor de personen het gevoel kregen buiten zichzelf te staan. Nu schrijf ik zelf in Door het raam al dat hersenen alles te maken hebben met uittredingen, maar dan in de zin van het openen van een bepaald kanaal dat anders gesloten is, of anders gezegd: als een schakelaar die bij een uittreding op “aan” gaat staan, in plaats van “uit”, waardoor de mens via de poort van zijn hersenen naar buiten kan treden. De hersenen faciliteren op deze manier dus een uittreding, maar produceren die niet (hetzelfde geldt voor de bijna-dood ervaring). Misschien wordt het ooit mogelijk deze schakelaar in de hersenen te bereiken en te prikkelen om een mens daadwerkelijk en willekeurig uit zijn lichaam te kunnen laten treden, maar dan hebben we het wat mij betreft dus niet over een hallucinatie, maar over een daadwerkelijk uittreden. Of Blanke en De Ridder echter deze sleutel al gevonden hebben, betwijfel ik, gezien hun zeer beperkte onderzoek aan een enkele patiënt en door de niet volwaardige uittredingskenmerken die die patiënten beschreven.
In de rest van zijn boek besteedt Van Lommel onder andere aandacht aan de kwantumfysica, waarover de sceptici ook al gevallen zijn. Dit is niet een terrein waar ik affiniteit mee heb, dus dat laat ik hier verder onbesproken. Korthof en medestanders hebben naar hun zeggen al vele fouten ontdekt in Van Lommel’s redenering en laten dat ook luidkeels weten op zijn blog. Waar zij naar mijn mening in te kort schieten, is in collegialiteit en respect en wat net zo erg is: de goede kanten van het boek te belichten. In plaats van, met van Lommel, de schouders eronder te zetten om de kwantummechanica in het kader van het menselijke bewustzijn beter te begrijpen, grijpen ze alle strohalmen aan om de indringende verhalen van BDE’ers op de achtergrond te dringen.
Wat maar niet tot de bestrijders van 'Er-is-meer' lijkt door te dringen, is het absolute echte van de ervaringen. Om dit te illustreren wil ik een paar passages citeren uit de Blog van Skepsis:
Inge van den Berg 22 januari 2008 om 15:21
Ik wens iedereen die twijfelt aan het bestaan van een bewustzijn buiten het lichaam van harte een bijna dood ervaring toe (liever tijdens meditatie natuurlijk, want om er nu ongelukken of ziekten voor uit te lokken is een beetje overbodig). Graag zou ik jullie dan nog eens horen. Sterkte met jullie rotsvaste geloof in de wetenschap!
Rob Nanninga
22 januari 2008 om 16:14
Het is misverstand om te denken dat alle mensen die zelf een bijna-doodervaring of een uittredingservaring hebben gehad ook gaan geloven dat ze werkelijk buiten hun lichaam zijn geweest. Dat is aantoonbaar niet waar. Het geldt alleen voor mensen die menen dat hun subjectieve ervaringen de hoogste waarheid zijn.
Rob Nanninga
22 januari 2008 om 17:38
Het lijkt me hetzelfde als iemand die zegt: “Als je Jezus (of Sai Baba, of noem maar op) in je hart hebt ervaren, dan weet je dat het de Waarheid is.” (Overigens heb ik wel eens een uittredingservaring gehad en een vroegere voorzitter van Skepsis had een bijna-doodervaring.)
Sten Oomen 22 januari 2008 om 18:02
@ Rob
Het is anders iets ‘in je hart’ te ervaren als daadwerkelijk jezelf buiten je lichaam te weten. Je hebt een ervaring, maar kennelijk geen BDE ervaring en ook niet echt veel uittredingservaring in het algemeen.
Jan Willem Nienhuys
22 januari 2008 om 18:31
Ik zie een innerlijke tegenstrijdigheid in ‘Pas wanneer je het ervaren hebt weet je dat er niets subjectiefs aan zit.’ [...] Zelfs als je bij je volle bewustzijn bent, kunnen je gevoelens je bedriegen.
Sten Oomen
22 januari 2008 om 19:14
@ Jan Willem
Laat ik het dan zo stellen: als ik een emmer water over je leeg, twijfel je daar dan aan?
Dezelfde gevoelsgraad heeft het waarnemen op een afstand onder een narcose of een uittreding pur sang.
Waarmee ik dus heel simpel één ding wil zeggen: als je een emmer water over je heen krijgt, is er geen haar op je hoofd die daaraan twijfelt. Als je een BDE meemaakt, is de ervaring een feit, wat iemand anders ook zegt of ondergraaft.
Feiten zijn feiten.
In alle goedbedoeld en niet goedbedoeld gezoek naar zwakke punten, vergeten zij het enorme belang van Van Lommel’s onderzoek. Het beter begrijpen van de bijna-dood ervaring zou wel eens een keerpunt kunnen zijn in de menselijke evolutie, want de grenzen van wat mensen kunnen, blijken zich steeds verder te verleggen.
benoemt Pim ook nog eens het belang van het erkennen dat het bewustzijn met grote waarschijnlijkheid eindeloos is. Tijdens een bijna-dood ervaring wordt volgens de vele ooggetuigenverslagen duidelijk, dat je ziet wat je voor een ander betekend hebt, maar ook wat je een ander aangedaan hebt (zie ook: “De twaalf elementen van een BDE” vanaf bladzijde 44 in Van Lommel’s boek). In de wetenschap van een eindeloos bewustzijn kijk je niet (meer) met louter materiële ogen naar je leven en wat je daarmee zou moeten doen. Als je weet dat het leven doorgaat na dit leven, en dat de regel “Wat je een ander aandoet (of dit nou een mens, een dier of de natuur is), doe je jezelf aan.” zeker opgaat, dan ga je ook zorgvuldiger met je leven en je naasten om.
Steeds opnieuw worden grenzen van wat er mogelijk is, achterhaald door de techniek en onderzoek. De geschiedenis leert dit simpelweg en het zou ons allemaal bescheiden moeten maken omdat wij nog maar een fractie van de kennis van het universum en onszelf in handen hebben. In plaats van strijd om het eigen beperkte gelijk, zouden de handen ineen geslagen kunnen worden om elkaar te helpen deze aarde en onszelf te ontwikkelen op een fatsoenlijke, liefdevolle manier. Ik zelf heb al vaak genoeg gemerkt dat bijvoorbeeld de mensen van de Stichting Skepsis maatschappelijk betrokken en goed geïnformeerd zijn. Wie weet hoe ver we kunnen komen als we elkaar op de brug kunnen ontmoeten.
Mensen met een bijna-dood ervaring zouden met hun verhaal terecht moeten kunnen bij medici en niet-medici. Een kille, ruwe, arrogante benadering van het fenomeen doet geen recht aan het feit dat het onderzoek nog in de kinderschoenen staat en is sowieso in menselijk opzicht niet te verantwoorden.
Pioniers als Van Lommel duiken in de menselijke geschiedenis steeds weer op en wijzen ons erop dat de horzion steeds weer verder weg blijkt te zijn dan we dachten.
P.M.H. Atwater, 'Kinderen van het nieuwe millennium' Raymond Moody, ‘De tunnel en het licht’ Melvin Morse, ‘Waar God woont’ Opdebeeck, Anja ‘Bijna dood, Leven met bijna-doodervaringen’
Uittredingen
Robert Bruce, 'Astral dynamics' Robert Monroe, 'Uittredingen' Sten Oomen, 'Door het raam' Robert Peterson, 'Out of Body Experiences: How to Have Them and What to Expect'
Reïncarnatie
Ian Stevenson, 'Bewijzen van reïncarnatie' Jim B. Tucker, ‘Mama, vroeger was ik …’
Kwantummechanica
Anton Zeilinger, ‘Toeval!’ Id., ‘Teleportatie’
Kwantummechanica/bewustzijn
Amit Goswami, ‘Het visionaire venster’ Peter Russell, ‘De brug tussen wetenschap en God’ Fred Alan Wolf, ‘Het spirituele universum – quantumfysica en het bestaan van de ziel’
Bewustzijn/spiritueel
Ervin Laszlo, ‘Bezielde kosmos’ Sogyal Rinpoche ‘Het Tibetaanse boek van leven en sterven’ W.H. van Vledder, ‘Het mysterie van het Zelf – Upanishaden’ Danah Zohar, ‘Spirituele intelligentie – ontdek de kracht van de ziel’
Fijn dat er nu ook eens een positief-klinkende blog gewijd wordt aan het boek van Van Lommel. Hopelijk komt hier een discussie uit voort die zich richt op de prachtige elementen van de bijnadoodervaringen en de zinvolle lessen die we daaruit kunnen trekken.
Zoals Rudolf zegt, het is goed dat er een positief klinkend geluid is. Ik ben ook met allerlei dingen bezig om hier meer aandacht aan te besteden bij het publiek, daar kan ik helaas nog niets over vertellen behalve dat het een film betreft.
Pim is heel goed bezig, ik heb hem ooit bij een lezing ontmoet. Het is een inspirerende man die goede dingen te zeggen en te vertellen heeft. Ik kan me totaal vinden in zijn opstelling richting de sceptische mensen. Je kan naar mijn inziens er beter geen kostbare energie aan besteden. Sten, wat is jouw drijfveer om nog steeds tegen de sceptische mensen op te boxen?
Verder is een het een goed stuk en ga lekker door met je dingen! Mijn steun heb je.
Inderdaad vind ik belangrijk om een positief tegengeluid te laten horen.
Het is en blijft een zeer belangrijk thema, iets wat iedereen aangaat. Mensen staan wetenschappelijk voor een van de grootste uitdagingen na het materieel begrijpen van de aarde en alles wat daarop leeft: het begrijpen van de menselijke geest (en niet alleen van de menselijke geest, ook de geest van dieren).
Er blijkt steeds dat er weer meer mogelijk is dan we vroeger dachten.
Pim's boek zet aan tot nadenken en discussie: dat alleen al lijkt mij de grootste winst.
Leuk dat je die vraag stelt over sceptici. Dat geeft mij de gelegenheid nog een extra positief geluid aan hen te wijden. Ofschoon ik het vaak niet eens ben met hun (onnodig) scherpe toon richting serieuze (!) vertegenwoordigers van de nog 'alternatieve' sector, vind ik het wel goed dat ze moeite en tijd besteden om zich in belangrijke thema's te verdiepen. Onverschilligheid is vele malen erger.
Ze analyseren vaak grondig en ze ontdekken soms terecht kaf onder het koren, maar dat zouden ze ook in de reguliere sector kunnen doen.
Wel zou ik willen dat ze een werkelijke open mind hebben ten opzichte van de mogelijkheden van de geest, en dat ontbreekt er vaak aan. Het is ook niet niets je geloof in het materiële te laten varen.
"Het boek van Van Lommel gaat véél en véél verder dan het Lancet artikel. In zijn boek verlaat hij de gangbare wetenschappelijke paden, en begeeft zich op wetenschappelijk glad ijs, en onbekend terrein. Bovendien begeeft hij zich op levensbeschouwelijk en religieus terrein. Met dit boek heeft hij voorgoed BDE geassocieerd met inferieure wetenschap, reincarnatie en communiceren met de doden. Daarmee heeft hij de groep van BDE patienten in Nederland geen dienst gedaan. Integendeel: het is schadelijk voor die groep. Juist die groep die hij wil helpen. Had hij het bij een vertaling en toelichting van het Lancet artikel gehouden, dan was het waarschijnlijk nuttig voor de 'erkenning' van het verschijnsel Bijna-Dood Ervaring en zelfs interessant geweest."
Ik denk dat de heer Korthof de plank misslaat.
Het boek helpt bde-er juist enorm. Vraag: hoe zou het komen dat de verkoop van het boek de pan uitvliegt? Inmiddels staat het boek al op Nr 2 van de top-tien. En wat de "schadelijkheid" betreft, dat is in de ogen van Korthoff en het groepje om hem heen. Want helpen de uiterst materialistische verklaringen van de heer Woerlee de bde-er (waar Korthof voor een groot deel op af gaat?)
Ik denk eerder van de wal in de sloot, dan andersom.
Als medewerker van Stichting Merkawah heb ik dagelijks met bde-ers te maken, en die voelen zich totaal niet geholpen met "verklaringen" als "ach mevrouw het was maar een hallucinatie. Gaat u nou maar lekker slapen..." Integendeel, die voelen zich dan flink in de kou gezet, het bos ingestuurd, met als gevolg dat ze er verder over zwijgen (soms tientallen jaren lang!). Het boek van Pim van Lommel helpt hen juist uit de kast te komen, en dat gebeurt inmiddels bij bosjes. Van Lommel ontvangt wekelijks vele tientallen mails en brieven van zeer dankbare mensen die zich nu eindelijk begrepen voelen. Ik denk niet dat stichting Skepsis tientallen dankbare mails ontvangt voor hun veelal zeer kwetsende kritieken op het boek van Pim van Lommel.
Het verschijnsel bde is inmiddels toch wel erkend maar skeptici schijnen maar niet in de gaten te willen hebben dat het publiek hun altijd weer zeer negatieve boodschappen niet pruimt.
Wat de skeptische oprispingen vooral duidelijk maken is dat je kunt promoveren zonder wetenschapper te zijn. Zeker, er staan dingen in het boek waar kritisch op mag - en zelfs moet - worden gereageerd. De echte angel is echter dat het materialistische wereldbeeld in twijfel wordt getrokken en dat mag van de heren niet. Dus wordt daar op Nederlands kleinburgerlijke wijze op gereageerd. Alles wordt uit de kast getrokken om de anomalie de grond in te trappen om maar door te kunnen leven alsof er niets is gebeurd. En dat heeft echt helemaal niets met een wetenschappelijke attitude te maken.
De anomalie is de niet plaatsgebondenheid van het bewustzijn. Iets dat al meer dan een halve eeuw door echte wetenschappers van naam, fysici vooral, naar voren wordt gebracht. Zou in Nederland dan toch alles vijftig jaar
later gebeuren? Als de vaderlandse skeptici zo overtuigd zijn van de juistheid van het materialisme dan zou het geloofwaardiger zijn als ze een actie zouden starten om de gedenktekens voor Schrodinger, Bohm, Pauli, Von Neuman, Bell en vele anderen wereldwijd te laten verwijderen en hun boeken en artikelen met terugwerkende kracht aan te vallen.
Dus, beste Rudolf en anderen, waar maken jullie je druk om? De skeptici zijn wetenschappelijk gezien 'klein bier' t.o.v. de namen hierboven. Wat ook klein is, is hun bereik, een heel beperkte groep binnen Nederland. Op de blogs zie je steeds dezelfde lieden terugkomen en ik zit er vast niet ver naast als ik aanneem dat onder de lezers van de 50.000 boeken er uiterst weinig zijn die deze blogs bezoeken.
Dus Pim bereikt het grote publiek, er huilen een paar skeptische wolven en de karavaan trekt verder.
Het wordt inderdaad ontzettend goed gekocht. Ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig naar de bevindingen van al die lezers, hoe zouden zij het boek ervaren?
Het lijken altijd dezelfde te zijn die reageren, maar wat is de echte werking van het boek en de gemiddelde leeservaring?
Ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig naar de bevindingen van al die lezers, hoe zouden zij het boek ervaren?
Sten,
Vraag Pim daar eens naar. Er zullen vast wel reacties bij de uitgever zijn binnengekomen. Zelfs als slechts een 0,5 procent van de kopers reageert dan zijn dat al 250 mailtjes. Leuk om de teneur daaruit te kennen.
Leuk zou ook zijn als er in een praatprogramma een flink aantal lezers hun reactie geven op het boek en dan bedoel ik niet bekende Nederlanders maar onbekende Nederlanders...
Comments
Pim is heel goed bezig, ik heb hem ooit bij een lezing ontmoet. Het is een inspirerende man die goede dingen te zeggen en te vertellen heeft. Ik kan me totaal vinden in zijn opstelling richting de sceptische mensen. Je kan naar mijn inziens er beter geen kostbare energie aan besteden. Sten, wat is jouw drijfveer om nog steeds tegen de sceptische mensen op te boxen?
Verder is een het een goed stuk en ga lekker door met je dingen! Mijn steun heb je.
Hallo Rudolf,
fijn dat je reageert.
Inderdaad vind ik belangrijk om een positief tegengeluid te laten horen.
Het is en blijft een zeer belangrijk thema, iets wat iedereen aangaat. Mensen staan wetenschappelijk voor een van de grootste uitdagingen na het materieel begrijpen van de aarde en alles wat daarop leeft: het begrijpen van de menselijke geest (en niet alleen van de menselijke geest, ook de geest van dieren).
Er blijkt steeds dat er weer meer mogelijk is dan we vroeger dachten.
Pim's boek zet aan tot nadenken en discussie: dat alleen al lijkt mij de grootste winst.
Groetjes,
Sten
Hoi Anner.
Dank voor je reactie.
Leuk dat je die vraag stelt over sceptici.
Ze analyseren vaak grondig en ze ontdekken soms terecht kaf onder het koren, maar dat zouden ze ook in de reguliere sector kunnen doen.
Wel zou ik willen dat ze een werkelijke open mind hebben ten opzichte van de mogelijkheden van de geest, en dat ontbreekt er vaak aan. Het is ook niet niets je geloof in het materiële te laten varen.
Groetjes,
Sten
Slotconclusie Korthof
over het boek van Pim:
Ik denk dat de heer Korthof de plank misslaat.
Het boek helpt bde-er juist enorm. Vraag: hoe zou het komen dat de verkoop van het boek de pan uitvliegt? Inmiddels staat het boek al op Nr 2 van de top-tien. En wat de "schadelijkheid" betreft, dat is in de ogen van Korthoff en het groepje om hem heen. Want helpen de uiterst materialistische verklaringen van de heer Woerlee de bde-er (waar Korthof voor een groot deel op af gaat?)
Ik denk eerder van de wal in de sloot, dan andersom.
Als medewerker van Stichting Merkawah heb ik dagelijks met bde-ers te maken, en die voelen zich totaal niet geholpen met "verklaringen" als "ach mevrouw het was maar een hallucinatie. Gaat u nou maar lekker slapen..." Integendeel, die voelen zich dan flink in de kou gezet, het bos ingestuurd, met als gevolg dat ze er verder over zwijgen (soms tientallen jaren lang!). Het boek van Pim van Lommel helpt hen juist uit de kast te komen, en dat gebeurt inmiddels bij bosjes. Van Lommel ontvangt wekelijks vele tientallen mails en brieven van zeer dankbare mensen die zich nu eindelijk begrepen voelen. Ik denk niet dat stichting Skepsis tientallen dankbare mails ontvangt voor hun veelal zeer kwetsende kritieken op het boek van Pim van Lommel.
Het verschijnsel bde is inmiddels toch wel erkend maar skeptici schijnen maar niet in de gaten te willen hebben dat het publiek hun altijd weer zeer negatieve boodschappen niet pruimt.
Ja, met jou wil ik dan ook wel eens weten hoe Korthof en Woerlee de BDE'ers denken te helpen met het grove geschut dat zij bezigen.
En of zij ook dankmails krijgen van BDE'ers.
Groetjes,
Sten
De anomalie is de niet plaatsgebondenheid van het bewustzijn. Iets dat al meer dan een halve eeuw door echte wetenschappers van naam, fysici vooral, naar voren wordt gebracht. Zou in Nederland dan toch alles vijftig jaar
later gebeuren? Als de vaderlandse skeptici zo overtuigd zijn van de juistheid van het materialisme dan zou het geloofwaardiger zijn als ze een actie zouden starten om de gedenktekens voor Schrodinger, Bohm, Pauli, Von Neuman, Bell en vele anderen wereldwijd te laten verwijderen en hun boeken en artikelen met terugwerkende kracht aan te vallen.
Dus, beste Rudolf en anderen, waar maken jullie je druk om? De skeptici zijn wetenschappelijk gezien 'klein bier' t.o.v. de namen hierboven. Wat ook klein is, is hun bereik, een heel beperkte groep binnen Nederland. Op de blogs zie je steeds dezelfde lieden terugkomen en ik zit er vast niet ver naast als ik aanneem dat onder de lezers van de 50.000 boeken er uiterst weinig zijn die deze blogs bezoeken.
Dus Pim bereikt het grote publiek, er huilen een paar skeptische wolven en de karavaan trekt verder.
Geen enkele reden dus om te somberen.
Groet,
Jim
Het wordt inderdaad ontzettend goed gekocht. Ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig naar de bevindingen van al die lezers, hoe zouden zij het boek ervaren?
Het lijken altijd dezelfde te zijn die reageren, maar wat is de echte werking van het boek en de gemiddelde leeservaring?
Ik ben eigenlijk heel nieuwsgierig naar de bevindingen van al die lezers, hoe zouden zij het boek ervaren?
Sten,
Vraag Pim daar eens naar. Er zullen vast wel reacties bij de uitgever zijn binnengekomen. Zelfs als slechts een 0,5 procent van de kopers reageert dan zijn dat al 250 mailtjes. Leuk om de teneur daaruit te kennen.
Groet,
Jim
Goed idee, ik zal Pim van Lommel mailen!
Leuk zou ook zijn als er in een praatprogramma een flink aantal lezers hun reactie geven op het boek en dan bedoel ik niet bekende Nederlanders maar onbekende Nederlanders...
RSS feed for comments to this post