English (United States)Nederlands - nl-NL
Home Blogs Swaab maakt geen gehakt van Eindeloos Bewustzijn

Login



Swaab maakt geen gehakt van Eindeloos Bewustzijn Afdrukken E-mailadres
Read : 7808 times

 

Swaab maakt geen gehakt van Eindeloos BewustzijnHet is tijd weer eens aandacht te besteden aan Pim van Lommel en de reacties op zijn boek "Eindeloos Bewustzijn". Ik besteedde er al eerder aandacht aan in mijn boekbespreking van "Eindeloos Bewustzijn" waarop maar liefst meer dan 650 keer gereageerd werd in de vorm van blogreacties. Van Lommels boek verscheen een paar jaar geleden, maar zijn boek heeft inmiddels vleugels gekregen, en oplage na oplage verschijnt, nu ook in het buitenland. Dit bekoort veel mensen, en een veel minder aantal niet.



Swaab maakt geen gehakt van Eindeloos Bewustzijn

 

Swaab maakt geen gehakt van Eindeloos Bewustzijn

We hebben het natuurlijk over de skeptici die zich nog steeds erg opwinden over Pim van Lommels voorzichtige stelling dat het bewustzijn eindeloos lijkt te zijn. Met name Van Lommels wetenschappelijke achtergrond, die hij als ook zodoende gebruikt, lijkt de heren skeptici danig dwars te zitten. Pim van Lommel is immers niet de eerste de beste, die zomaar iets zegt.

Er is op Skepsis.nl weer een discussie losgebarsten, naar aanleiding van een nieuw boek van Dick Swaab, "Wij zijn ons brein", die in een specifiek hoofdstuk (hoofdstuk 17) tracht de vloer aan te vegen met Pim van Lommels boek. Met veel autoritair geweld probeert de neurobioloog Swaab Pim van Lommel door zijn persoonlijke gehaktmolen te persen. Het lukt echter niet zo, omdat Swaab geen enkele notie heeft van de stand van zaken zoals die daadwerkelijk is.

Dick Swaab is zelf een controversieel man, want zijn neurologisch, materialistisch en genetisch denken, hebben hem al verleid tot uitspraken die zelfs door de commerciële omroep opgepakt worden. Zo zag ik onlangs op RTL 4, Editie Nl Swaab zeggen dat pedofielen niets aan hun pedofilie kunnen doen, en daarom tegemoet gekomen moeten worden in de vorm van pedofiele stripverhalen. Volgens Dick Swaab heeft de mens, die in de Swaabiaanse wereld gedicteerd wordt door zijn brein, geen vrije wil. Swaab manoeuvreert zich in moeilijk houdbare posities, omdat volgens hem alles vlees, neuronen en genen is. Een dof, zwaar en zeker niet bewezen wereldbeeld.

Het brein is nog steeds een mysterie

Meer dan ons brein?

Dit blog is bedoeld als reactiemogelijkheid op de nieuwe discussie op Skepsis.nl, waar Jan Willem Nienhuys Swaabs nieuwe boek "Wij zijn ons brein", inzake het hoofdstuk gewijd aan Van Lommel, bespreekt. http://www.skepsis.nl/blog/2011/02/swaab-maakt-gehakt-van-eindeloos-bewustzijn. Voor de reeds daar genoemde argumenten van anderen en mijzelf, verwijs ik u graag naar Skepsis.

Een kleine greep uit deze reacties op de Skepsis blog "Swaab maakt gehakt van Eindeloos Bewustzijn":


Lees meer...


Er is ook een reactie van BDE auteur Jim van der Heijden verschenen:

Niet-materialistisch wereldbeeld als uitgangspunt, dan automatisch pseudowetenschap?
door Jim van der Heijden maandag 07 februari 2011


Dat waren een aantal reacties. U kunt zelf ook reageren indien u daar behoefte aan heeft. De discussie kan hier voortgezet worden. Wel vraag ik u allen de sfeer vriendelijk te houden. Hartelijk dank voor uw medewerking!



Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn - Dick Swaab, Wij zijn ons brein



 

Reacties  

 
+7 #1 Rudolf Smit 06-02-2011 15:27
Dit zette ik op de Skepsisblog, gisteren

05 February 2011 om 17:17

Wat reacties van mijn kant op Nienhuys en Nanninga

@JWN

“Susan Blackmore heeft de tunnel niet via het oog verklaard volgens mij. Dat zegt Van Lommel wel, maar het komt uit Mortal Minds van Woerlee. Blackmore had een andere theorie, gebaseerd op de structuur van de optische hersenschors.”

Dat heeft ze wel – zelfs uitgesproken op het roemruchte Skepsiscongres van 10 november 1990 (ze kwam vóór mij, weet je nog?). Ik heb het verduveld goed onthouden want ik was daar toen erg van onder de indruk en nam het zelfs voor zoete koek aan. Het bleek dus achteraf alleen maar conjecture te zijn, zoals zelf heeft toegegeven. Want hoe in vredesnaam zou je iets praktisch kunnen onderzoeken?

Maar so what, het doet er niet toe, want het slaat sowieso nergens op – gewoon veronderstellingen dus, meer niet. Wat Woerlee betreft, ik heb uit zeer betrouwbare bron vernomen, namelijk diens vrouw, hoe een gepensioneerd hoogleraar oogheelkunde reageerde op Woerlee’s verhaal over het oog: “welke idioot heeft dat geschreven?!” Maar ja, dat was een emeritushoogleraar dus die zal het wel niet meer snappen, hè! (wat ik zo vaak tegen kom op “skeptische” blogs een typisch zwartmaaktruukje: als iemand emeritus is, is-ie per definitie oud en seniel. Van Lommel wordt ook steeds aangeduid als ex-cardioloog of gepensioneerd cardioloog, en dan weet-ie kennelijk opeens niks meer van zijn vak af…)

Dat daargelaten, dit is gewoon een heel moeilijke kwestie: bepaald niet iedere BDE’r namelijk neemt een tunnel en een licht waar, zoals uit de vele literatuur blijkt. Er zijn BDE’rs die in één keer “aan de andere kant” zijn, er zijn er ook die in een fluweelzwarte ruimte blijven “hangen”.

Belangrijker nog: Sterk-BDE-achtige fenomenen (waaronder tunnel en licht) treden ook op bij mensen die in het geheel niet in een levensbedreigende situatie verkeren, maar wel in diepe meditatie zijn, of zware stress ondervinden, of zelfs zomaar spontaan zittend op de bank. Zulke mensen bevinden zich onder de donateurs van Merkawah, en kunnen bepaald niet worden weggezet als suffe zwevers. Daar ken ik ze inmiddels te goed voor.

@RN

“Uit het handboek dat door Rudolf wordt geroemd, citeerde ik een zin in mijn blog over het boek van Jeffrey Long:

‘Zelfs prelinguïstische kinderen hebben later verslag gedaan van bijzonder complexe ervaringen. (…) Leeftijd lijkt op geen enkele manier invloed te hebben op de inhoud van de BDE.’ (in hoofdstuk 5 uit het geroemde boek)

Hoe is het mogelijk dat er zulke domme dingen in dat boek staan? En waarom maken bde-onderzoekers zich niet druk over de misleiding waaraan hun collega Jeffrey Long (die ook aan het handboek bijdroeg) zich aantoonbaar schuldig maakt?”

Kijk toch eens aan. Rob Nanninga heeft dat boek blijkbaar! Chapeau! Geweldig, een skepticus die zich op de hoogte stelt van de nieuwste gegevens! Dat kom je niet vaak tegen.

Maar, wat doet Rob weer? Een typisch skeptisch truukje: zich vastbijten op een of meer details en daarmee een heel boek veroordelen, en impliciet alle andere auteurs – guilt by association, noemen ze dat.

Wat denk je, zouden de redacteuren van dat boek zoiets doorlaten als het niet eerst zorgvuldig geverifieerd was? Zeker als ze weten op wat voor rotreacties ze kunnen rekenen, bijvoorbeeld van CSIcop, of dat akelige mannetje James Randi? Of van jou? Ik acht je hoog, Rob, dat weet je, maar je bent naar mijn gevoelens veel te vaak veel te ver gegaan!

Overigens, wat Long betreft, ik kan je mededelen dat vanuit de kringen van IANDS in het Journal of Near-Death Studies (JNDS), inmiddels twee redelijk forse kritieken zijn verschenen op het boek van Long en dat er nog een derde aankomt. Dus zo verschrikkelijk elkaar-de-hand-boven-het-hoofd-houdend zijn ze daar ook weer niet. Het begrip wetenschappelijke ethiek kent men daar heus wel.

Wat datzelfde JNDS aangaat, ergens op een andere blog – ik meen een Amerikaanse – werd glashard beweerd dat het slechts werd volgeschreven door “gelovers”. Niet dus: bijna een hele jaargang werd volgeschreven door Keith Augustine, voorman van Internet Infidels, een nogal militante atheïst, die heel duidelijk liet blijken de BDE een “elaborate hallucination” te vinden, en niet meer dan dat.

Verder kan ik mededelen dat ook de door jullie zo verafgode Gerald M. Woerlee lange en doorwrochte artikelen heeft mogen plaatsen in JNDS.

En laat ik mijn eigen “Terugkeer” van Stichting Merkawah niet vergeten: ook daarin heb ik Woerlee uitgebreid zijn zegje laten doen, toen ik nog hoofdredacteur daarvan was.

Welnu, waarde hoofdredacteur van Skepter, wanneer, o wanneer gebeurt zoiets in jouw tijdschrift: proponents en opponents tegenover elkaar in een eerlijk debat? Wanneer gebeurt zoiets in Skeptical Inquirer, wanneer gebeurt zoiets in The Skeptic van Michael Shermer? Helemaal niet, of hoogstzelden. Daarin is het slechts preken voor eigen parochie.

Tot slot, laat ik even heel duidelijk zijn: ik ben lid van IANDS (International Association for Near-Death Studies) en één ding is heel klip en klaar voor mij geworden: ook binnen die organisatie beweert niemand, maar dan ook niemand, onomstotelijk te weten wat het fenomeen BDE precies is. Er is geen verklaring voor die binnen het bestaande paradigma past, wat figuren als Swaab c.s. ook mogen beweren.
Citeer
 
 
+5 #2 Rudolf Smit 06-02-2011 15:30
In aanvulling op het voorgaande: ik had het fout mbt Susan Blackmore. Dat idee over zuurstoftekort in het oog is afkomstig van Woerlee. Ik werd hierop gewezen door Nienhuys en Nanninga
Citeer
 
 
+6 #3 Sten Oomen 07-02-2011 12:47
Hallo Rudolf,

bedankt dat jij hier de spits afbijt. Ik hoopte altijd dat de Nederlandse skeptici Rob Nanninga en Jan Willem Nienhuys - en natuurlijk vele meer - kunnen begrijpen waarom zo veel mensen nog steeds denken (niet: geloven) dat de astrale wereld (geestenwereld enz.) daadwerkelijk bestaat, en niet het product is van een "naïef spiritistengeloof" in Rob Nanninga's woorden (bron: http://tinyurl.com/5uqyt94 ).

Ik vond wat Theo zei op het Skepsis blog erg goed: "Ikzelf ben me terdege bewust dat je eigen geest (klinkt minder ‘organisch’) je kan bedriegen. Maar als ik een aantal mensen van Skepsis mag geloven, dan is ons brein, een ongelofelijke “toverdoos” , een magic-box, je duwt er een konijn in en er komt een olifant uit." (Bron: http://tinyurl.com/45hzdtz)

Theo, fantastisch, jij wordt ook steeds beter in het verwoorden van vraagstukken en overdenkingen!

Als het waar is, dat alles het brein is - en het brein is alles - dan is dat brein fe-no-me-naal, goddelijk als je het mij vraagt.

Wat ik allemaal meegemaakt heb tijdens uittredingen, dat slaat gewoon alles. Ik ga het hier niet opsommen, ik verwijs naar de (en mijn) literatuur over uittredingen en bijna-doodervaringen. Dan hebben we te maken met een zo mega almachtig iets (het brein!), dat alleen op grond daarvan het brein zelf als godheid verheven kan worden!

Weg met alle andere 'wereldbeelden', het brein zelf is de nieuwe godheid. :D

Het is heel moeilijk twee polen naar elkaar toe te brengen, misschien is het zelfs onmogelijk. Het zou wel eens een verademing zijn een skepticus te horen zeggen dat hij nog steeds een poortje heeft openstaan, dat de mens toch meer is dan een homp vlees met als 'miserabel' bijproduct een toevallig opborrelend bewustzijn.

---

Concreet wil ik nog een reactie van een volger van de blogs inbrengen, die mij mailde inzake de zeer hevige skeptische kritiek op Van Lommels hoofdstuk over donorschap in verband met hersendood (en wanneer men dat is):

"Men is blijkbaar niet op de hoogte dat het aantal mensen dat hersendood wordt verklaard en theoretisch in aanmerking komt voor orgaandonatie (dus vóór de mogelijke weigering door afwijzende registratie in het donorregister of door weigering van de familie) de laatste jaren stabiel is gebleven op ongeveer 200 patiënten ná alle selecties, en na toestemming, dus niet ervoor (zie ook pagina 335 in Van Lommels boek "Eindeloos Bewustzijn"), en dat elk jaar minder verkeersdoden vallen, en er betere therapieën zijn voor mensen met een hersenbloeding op basis van aangeboren aneurysmata. Dus het aantal hersendode patiënten zal de komende jaren alleen maar verder afnemen door verbeterde behandelingsmogelijkheden en minder verkeersdoden. Het tekort in aantallen aangeboden organen zal de komende jaren verder afnemen, vandaar de toename van donatie van organen van levende personen ( nieren), en van ‘non-beating heart’ donoren. "

Jim van der Heijden had hier ook nog een goede aanvulling op, misschien kan hij die zelf posten?
Citeer
 
 
+5 #4 Jim van der Heijden 07-02-2011 17:14
Ik begrijp de almaar voortgaande commotie over ‘Eindeloos bewustzijn’ niet. Het boek is in hoge mate encyclopedisch, wat mag blijken uit 40 pagina’s aan noten, bronnen en personen aan het einde. Indien de afwezigheid van een zakenregister dit niet zou belemmeren zou ik het zo ook gebruiken. Daarmee is het boek vooral een bundeling van bestaande feiten en inzichten op het brede terrein dat aan de bijna-doodervaring raakt. Als daar zaken bij zitten waar men over valt dan moet men niet tegen de samensteller, Van Lommel, schoppen, maar zich tot de bron richten. Het is niet Van Lommel die de kwantummechanica en non-lokale verschijnselen heeft uitgevonden en een relatie ziet met het brein en bijzondere bewustzijnservaringen, dit hebben fysici gedaan. Wie hier bezwaar tegen heeft moet zich richten tot (c.q. op de werken van) Schroedinger, Bell, Bohm, Penrose, Goswami en nog heel veel anderen.
Zo bijvoorbeeld ook voor de stelling dat het voor de hersenen onmogelijk is om alles op te slaan wat een mens in zijn/haar leven denkt en meemaakt. Swaab valt hier Van Lommel op aan, maar het is zijn eigen overleden collega Romijn van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek die dit samen met Berkovitch berekende.

En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Waar het op neerkomt, is dat wie in ‘Eindeloos bewustzijn’ iets leest waar de (materialistische) haren van overeind gaan staan zich ervan moet overtuigen dat dit uit de koker van Van Lommel komt. En her der lezend waar de bezwaren over gaan zal dit vaker niet dan wel zo zijn. Waardoor ik de gedachte niet van mij af kan zetten dat er slechts weinig van het grote aantal verkochte exemplaren echt is gelezen. Ook in het (gepretendeerde) wetenschappelijke veld zijn gemakzucht, luiheid en nablaten geen onbekende verschijnselen.
Citeer
 
 
+3 #5 Sten 09-02-2011 12:20
*** Vers van de pers! ***

Vandaag ben ik ingelicht over het feit dat BDE auteur Jim van der Heijden een m.i. zeer goede reactie heeft geschreven op Swaabs kritiek op Pim van Lommel.
Ik raad ieder aan dit te lezen:

Titel:

Niet-materialistisch wereldbeeld als uitgangspunt, dan pseudowetenschap?

door Jim van der Heijden, maandag 07 februari 2011

Niet-materialistisch wereldbeeld als uitgangspunt, dan automatisch pseudowetenschap?

http://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=1561
Citeer
 
 
+3 #6 Rudolf Smit 10-02-2011 15:28
Het is goed dat Sten verwijst naar het uitstekend artikel van Jim van der Heijden. Het verdient het met aandacht gelezen te worden.

Hieronder volgt een nieuwe bijdrage van ondergetekende:

Over de bijna-doodervaring, en andere fenomenen en het boek van Swaab – deel 1.

Wat hier volgt heeft op het eerste gezicht niet zoveel te maken met het boek “Wij zijn ons brein” van professor Swaab, maar het verband zal spoedig duidelijk worden.


Dit is de vertaling van een blog-item dat ik schreef, herfst 2010, op een Amerikaanse discussiesite opgezet door de Amerikaan Alex Tsakiris. Deze had toen net een uitgebreid interview achter de rug met Dr Sam Parnia, de leider van het grote AWARE-onderzoek, dat thans gaande is en waarvan de resultaten hopelijk bekend worden in 2012. Dat onderzoek houdt het volgende in: in een groot aantal ziekenhuizen in Engeland, Amerika en mogelijk enkele andere landen, wordt tijdens operaties heel nauwkeurig gecontroleerd wat de patient er naderhand van kan navertellen, voor het geval dat er sprake is geweest van een uittreding en eventueel een bijna-doodervaring (BDE). Als naderhand blijkt dat de patiënt, hoewel zwaar onder narcose of zelfs tijdelijk klinisch dood, precies kan rapporteren wat er allemaal gebeurde rondom zijn lichaam en eventueel buiten de operatiekamer, en het kan tot in detail worden geverifieerd, dan hebben de onderzoekers een treffer.

Dit wordt thans nog gezien als het ultieme onderzoek. Parnia is er daarom erg voorzichtig over; hij bezigt derhalve liever het begrip hallucinaties dan dat hij overduidelijk spreekt over echte uittredingen en BDE. Die voorzichtigheid wordt hem met name door Tsakiris niet in dank afgenomen. Dat leidde tot een forse discussie, waaraan ik de volgende bijdrage leverde:

Ter verdediging van zijn positie en het hoe en waarom van de AWARE-studie houdt Parna vol dat deAWARE-studie vooral niet gaat over buitenlichamelijke ervaringen, uittredingen dus, en daarmee samenhangend bijna-doodervaringen. Hij maakt zelfs de indruk dat deze fenomenen minder relevant zouden zijn dan het gehele stervensproces zelf, want door daarover meer te weten te komen zou dat een positieve bijdrage zijn aan de ontwikkeling van de medische wetenschap.

Ach ja, waarom ook niet! Maar voor ons toeschouwers is en blijft de grote vraag of deze studie serieus de mogelijkheid laat zien van een bewustzijn dat opereert buiten het brein, maar behalve dat, ook in staat is verifieerbare waarnemingen te doen buiten het brein op een manier waarvan wij geen notie hebben. En dan is het toch wel wat vreemd als blijkt dat na zoveel jaren gewerkt te hebben met BDE-rs die inderdaad terug kwamen met gedetailleerde waarnemingen die konden worden geverifieerd, Parnia nog steeds lijkt te denken dat het hele BLE/BDE-fenomeen een illusie zou kunnen zijn. Wat dat betreft zou ik willen verwijzen naar de boeiende studie “Veridical Perception in Near-Death Experiences – Thirty Years of Investigations” (Chapter 9, Handbook of Near-Death Studies, Praeger Publishers, an Imprint of ABC-CLIO, 2010) van Dr Janice Holden. Daarin geeft zij uitgebreid aandacht aan vele voorbeelden van zeer gedetailleerde veridieke BDE’s, die een accuraatheid van 95% laten zien (een veridieke BDE is een bijnadoodervaring met waarnemingen vanuit die bwustzijnstoestand die nagenoeg geheel geverifieerd kunnen worden). Je vraagt je dan wel af: hoeveel meer bewijs heeft men nou nog nodig?

Het lijkt er echter op dat Parnia gevangen zit in, wat ik zou willen noemen, de “terreur van het herhaalbare resultaat.” Daarmee bedoel ik dat volgens een wetenschappelijke regel een fenomeen alleen maar waar kan zijn als het steeds maar weer via experimenten kan worden opgeroepen met een precisie van pakweg 80%. (Een groot probleem: de BDE laat zich niet naar willekeur oproepen, dus experimenten daarmee zijn hondsmoeilijk). Het is het eeuwige gedram over “anekdotisch bewijs” tegenover het zo superieur geachte experimentele bewijs. Zeker als het om de BDE gaat, zitten skeptici steeds maar te hameren op dat “anekdotische gedoe”, alsof anekdotes per definitie niet waar kunnen zijn. Echter, als er genoeg anekdotes zijn die allemaal wezenlijk hetzelfde zeggen, dan zijn het geen anekdotes meer, maar is er sprake van accumulerend bewijs. Voorbeeld: Als één vogelaar een rode zwaan waarneemt op het ijsselmeer, dan kun je je wenkbrauwen optrekken; als echter honderd vogelaars meerdere rode zwanen waarnemen, kun je niet meer zeggen dat het om slechts een anekdote gaat, maar dan wordt het een echte waarneming.

Op die wijze ook is tenslotte het bestaan van de BDE geaccepteerd, ook door skeptici. Er waren en zijn inmiddels duizenden BDE-verhalen verzameld in de loop van de jaren en die kun je dus niet meer negeren. Het verschil is echter dat het voor BDE’rs een reëel en levensveranderend fenomeen betreft, terwijl skeptici het blijven zien als een truukje van het brein – of zoals skeptikus Jan Willem Nienhuys het zo vriendelijk noemde: een draadje los in je hersenen (ach, hoezeer getuigt dit van sympathie voor de medemens die een BDE heeft meegemaakt…).

Er bestaan inmiddels meer dan genoeg aanwijzingen dat dit niet geval is, zoals iedereen weet die kennis heeft genomen van alles wat inmiddels over de BDE en BLE is vergaard.

Het probleem is echter dat materialistische skeptici gewoonweg weigeren verder te kijken dan ze zichzelf binnen hun zeer beperkte referentiekader toestaan. Ze willen niet eens de mogelijkheid overwegen dat bewustzijn niet het product van het brein zou kunnen zijn. En dat terwijl er meer dan genoeg aanwijzingen zijn dat brein en bewustzijn twee aparte entiteiten zijn.

Wat nu gaat volgen, in deel 2, is van belang met betrekking tot het boek van Swaab.

(einde deel 1)
Citeer
 
 
+4 #7 Rudolf Smit 10-02-2011 16:20
Over de bijna-doodervaring, en andere fenomenen en het boek van Swaab – deel 2


Niet veel mensen hebben gehoord van of gelezen over een artikel dat in 1980 verscheen in Science, een van de meest gerespecteerde wetenschappelijke tijdschriften ter wereld. Dat had als nogal provocerende titel: “Is your brain really necessary?” (Science, Volume 210, December 12, 1980).

Inderdaad, nogal provocerend, want zoals de neuroloog, John Lorber, verklaarde, hij gebruikte die titel alleen maar om aldus de aandacht te krijgen die hij wenste. Het uiteindelijke artikel verscheen in 1983 in een Duits medisch tijdschrift, en het ging allemaal om een extreem bijzonder fenomeen: er zijn mensen die bijna geen brein hebben, maar desondanks gezond zijn, en over een normale of zelfs hoge intelligentie beschikken alsook normaal sociaal gedrag. Lorber onderzocht 600 mensen die getroffen zijn door “hydrocephalie”, in de volksmond beter bekend als “waterhoofd”. In hun schedel zit water waar hersenen zouden moeten zijn. Het hoeft geen verbazing te wekken dat deze mensen complete imbecielen zijn, dus zonder veel intelligentie. Maar toch waren er onder deze 600 een dertigtal met een IQ van 100 of zelfs meer! Lorber spreekt daarbij van een student wiskunde die een globale IQ had van 126, en zijn verbale IQ bereikte zelfs het getal 143. Maar toch was de schedel van deze student voor 95% gevuld met vocht. Wat er van het brein over was, lag als een laagje van 1 tot 2 mm dik geplakt tegen de binnenkant van de schedel. Met andere woorden: de man had bijna geen brein!
Wat rekenwerk leidde tot een hersenhoeveelheid van 100-150 gram, en dat terwijl een normaal mannelijk brein al gauw 1500 gram zwaar is! Uiteraard gaat dit in tegen alles wat de neurowetenschappen ons vertellen. Dit kàn immers niet!

En toch bleek het waar te zijn: in de jaren 90 was op óf Discovery Channel óf National Geographic Channel – een van de twee – een documentaire te zien waar deze briljante hersenloze student in optrad. Een normaal ogende jongeman, een bril op, en die geheel normaal gedrag vertoonde. Men toonde een fMRI-scan van zijn schedel naast die van een “normale” schedel. De tweede toonde een herkenbaar brein, met de bekende oranje en groene plekjes van hersendelen waarin sprake was van activiteit. De schedel van onze student was nagenoeg leeg – alleen aan de binnenkant was een dun laagje te zien en zowaar: ook die toonden oranje en groene vlekjes. Dus zelfs in dat uiterst dunne laagje was activiteit.
Omdat blijkbaar niemand wist en weet hoe om te gaan met deze enorme anomalie, wordt die geheel genegeerd. Aan het einde van zijn leven (in 1994) klaagde John Lorber er terecht over dat niemand iets had gedaan met zijn bevindingen…

Tijd om Swaabs boek “wij zijn ons brein” aan te halen! Je zou immers denken dat dit boek, dat eigenlijk de pretentie heeft alles te zeggen over het brein, ook iets zou zeggen over casussen zoals deze.

Niets daarvan! Hydrocefalie wordt wel eventjes aangehaald, maar de bevindingen van John Lorber komen nergens, maar dan ook nergens ter sprake! Net alsof het fenomeen helemaal niet bestaat. Ik vind dit een ernstige tekortkoming voor een boek met zoveel pretenties! En dat terwijl genoemd fenomeen vaker voorkomt dan men zou denken.

Voorbeeld: begin vorig jaar gaf ik een lezing over de bijna-doodervaring, waarbij ik ook deze casussen van nagenoeg breinloze maar intelligente mensen aanhaalde. In het vragenhalfuurtje kwam een oudere heer naar voren die verklaarde gepensioneerd neuroloog te zijn en hij vertelde dat een van zijn patiënten ook vrijwel breinloos was, maar toch beschikte over een normale intelligentie en getrouwd was, en vier kinderen had. Toen ik hem vroeg of hij er een verklaring voor had, was zijn antwoord zonder aarzelen: “neen, ik kan dit niet verklaren.”

Die kwam er tenminste rond voor uit. Maar het waarom van het compleet negeren van dit fenomeen van nagenoeg breinloze maar intelligente mensen ligt voor de hand: het gaat geheel in tegen de geaccepteerde kennis over het brein. Het accepteren van deze anomalie (een afwijking van een regel of wetmatigheid) betekent immers ook dat het hele idee dat brein=bewustzijn grondig herzien moet worden. Daarover straks meer, in deel 3.

Einde deel 2
Citeer
 
 
+2 #8 Sten 10-02-2011 17:00
@ Rudolf

Ik heb je twee bijdragen uiterst gefascineerd gelezen en zie uit naar deel 3!
Je legt heel duidelijk uit wat het probleem is in de bewijsvoering (in het miljoenvoud 'anekdotisch' bewijs versus 'herhaalbaar bewijs'), maar dat dit ook in het nadeel uitpakt van de skeptici en in dit geval van Dick Swaab.
Immers heeft Swaab geen antwoord op het hoe en waarom van de mensen die prima functioneren met slechts een fractie van een fractie van de normale breininhoud. Wat dan vaak voorkomt: dat skeptici doen alsof dit hele 'probleem' (in hun eigen bewijsvoering) niet bestaat.
Ja, en dat is laakbaar. De keiharde eisen die aan het 'Er is meer dan vlees en bloed-standpunt' worden gesteld, moeten net zo zeer gelden voor de eisen aan het 'Er is alleen vlees en bloed-standpunt'.
Citeer
 
 
+3 #9 Rudolf Smit 10-02-2011 18:03
Over de bijna-doodervaring,en andere fenomenen, en het boek van Swaab – deel 3

Nu, dit is één anomalie die je te denken geeft (en hoe!) Maar er is een andere:

Heeft u, waarde lezer, ooit gehoord van “Terminale Luciditeit”? Dit is een heel zeldzaam fenomeen dat voorkomt bij mensen die óf lijden aan een dementerende ziekte in vergaande staat (zoals Alzheimer) óf lijden aan een dito geestesziekte. Het komt dan neer op een onverklaarbare helderheid van geest gedurende de laatste dagen of zelfs maar uren vlak voor hun overlijden, hoewel in het geval van totale dementie hun hersenen ongeneeslijk beschadigd blijken te zijn. Maar wonderlijk genoeg dus, zijn ze tot grote verbazing van de omstanders, weer even geheel normaal, beschikken daarbij over een volledig geheugen en cognitieve functies, en ze regelen nog het nodige met de aanwezige familie over de aanstaande uitvaart en de eventuele erfenis. Daarna sterven ze in alle vrede. Hetzelfde gaat op bij mensen die lijden aan ongeneeslijke geestesziekten. Twee voorbeelden geef ik, zoals die werden gepubliceerd in The Journal of Near-Death Studies, Volume 28, No 2, Winter 2008, article “Michael Nahm, Ph.D.: Terminal Lucidity in People with Mental Disease and Other Mental Disability”.

Voorbeeld 1 (page 92)”: Een gekke en zeer gewelddadige ex-luitenant ter zee van de Royal Navy die ook leed aan ernstig geheugenverlies dat zover ging dat hij zelfs zijn voornaam niet meer wist. Op de dag vóór zijn dood werd hij rationeel en vroeg hij om een geestelijke. Met deze geestelijke sprak hij heel oplettend en hij hoopte dat God genade zou hebben met zijn ziel. Een autopsie onthulde dat zijn schedel was gevuld met strogeel water en wel zo dat delen van zijn brein opzij gedrukt waren. Het breinweefsel zelf en de beginpunten van de zenuwen waren ongewoon hard. De geurzenuwen vertoonden een verdikking.
Met andere woorden: hij leed aan zeer ernstige hersenschade. Maar toch was hij, aan het einde van leven, compleet helder.

Voorbeeld 2 (page 95): “G.W.Surya (1921) verhaalt een verslag dat hem was verschaft door een vriend, die een broer had die al veel jaren in een inrichting woonden vanwege ernstige geestesziekte. Op een dag ontving Surya’s vriend een telegram van de directeur van de inrichting waarin die vroeg te komen omdat zijn broer hem wilde spreken. Hij ging onmiddellijk naar zijn broer en was verbaasd hem aan treffen in een perfect normale staat. Toen hij weer wegging vertelde de directeur hem dat deze mentale helderheid van de broer een zeker teken was van een naderende dood [kennelijk had die directeur al meer van deze casussen voorhanden gehad]. En inderdaad, de patient stierf kort daarna. Toen een autopsie werd uitgevoerd, die door de vriend van Surya mocht worden bijgewoond, bleek dat het brein van zijn broer volkomen veretterd was [suppurated, zoals dat in het rapport staat – rs] en dat deze sitiuatie al een lange tijd het geval moet zijn geweest. Surya vraagt zich af: “hoe kan een hersenziek mens zo intelligent denken gedurende de laatste dagen van zijn leven?”

Inderdaad: geen brein, want wat ervan over was bestond uit een lading pus en niets anders. En toch, gedurende zijn laatste uren, compleet helder.

Dat we niet zoveel horen over terminale helderheid kan zijn doordat het verschijnsel welbewust wordt genegeerd door doktoren en de verzorgers, omdat het onverklaarbaar is.
NB – toen ik dit laatst vertelde aan een groep mensen van een club waar ik lid van ben, verklaarde een hunner dat zijn moeder gedurende het laatste jaar van haar leven totaal gedementeerd was, en niet meer sprak laat staan reageerde op haar omgeving. Maar op de laatste dag van haar leven zat ze heel helder commentaar te leveren op de mensen om haar heen.

En laat ik nu het beroemde citaat van William James bezigen:“it takes one white raven to show that not all ravens are black”. Daarom durf ik aan de hand van deze “anekdotes” (die niet ontkend kunnen worden) en aan de hand van de casussen van intelligente, sociale maar nagenoeg breinloze mensen te zeggen dat een bepaalde conclusie onvermijdelijk lijkt: bewustzijn lijkt géén product van het brein te zijn! Bewustzijn maakt gebruik van het brein, of maakt soms zelfs geen gebruik van een brein als het nagenoeg afwezig is of zwaar beschadigd. Op een of andere manier zal het bewustzijn dan gebruik maken van andere wegen om zich te uiten.

Terugkomend op de bijna-doodervaring: Parnia spreekt van een mogelijke illusie (dus toch een grap van het brein). Ja, er is een illusie, namelijk dat het het brein is dat bde’s en ble’s (buitenlichamelijke ervaringen) produceert. Het lijkt veel waarschijnlijker dat bde’s en ble’s manifestaties zijn van een bewustzijn dat onafhankelijk van het brein opereert.

En dat brengt ons terug bij het boek van Swaab. Vinden we daarin ook maar iets terug van Terminale Luciditeit? Waarde lezers, geen woord! Mijns inziens een behoorlijke tekortkoming, temeer daar Swaab het wel uitgebreid heeft over Alzheimer… en juist in zulke gevallen kan dus Terminale Luciditeit optreden.

Alleen al om deze drie dingen: (1) – de ondermaatse behandeling van de bijnadoodervaring, (2) het niet noemen van het werk van John Lorber inzake vrijwel hersenloze maar desondanks intelligente mensen, en (3) het negeren van het Terminale Luciditeit-fenomeen, vind ik het boek van Swaab een afknapper, ondanks alle andere goede eigenschappen die het wel heeft.

Literatuur

1. R.Lewin, “Is your Brain Really Necessary?” , Science Volume 210, 12 December 1980, pp 1232-1234.

2. Lorber J, 1983. “Is your Brain Really Necessary?” In D. Voth (Ed), Hydrocephalus in frühen Kindesalter: Fortschritte der Grundlagenforschung, Diagnostik und Therapie (pp 2-14), Stuttgart, Germany, Enke Verlag.

3. Nahm, M., & Greyson, B. (2009). Terminal Lucidity in Patients with Chronic Schizophrenia and Dementia: A Survey of the Literature. The Journal of Nervous and Mental Disease, 197, 12, 942-944

4. Michael Nahm Ph.D., Terminal Lucidity in People with Mental Illness and Other Mental Disability: An overview and Implications for Possibly Explanatory Models. Journal of Near-Death Studies, Vol 28, No 2, Winter 2009, pp 87-106

Zie verder

www.flatrock.org.nz/topics/science/is_the_brain_really_necessary.htm

Daarin staat veel geschreven over John Lorber, de kritiek op zijn werk etc. Door de bank genomen echter komt hij er goed van af. De kritiek raakt namelijk kant noch wal.

(kleine redactie 11-2-11 -rs)

Einde
Citeer
 
 
+1 #10 Sten 10-02-2011 21:22
Fantastisch, Rudolf, dank je voor je zeer waardevolle aanvulling.

Dit is een fascinerend drieluik dat weer een heel ander licht werpt op de tekortkomingen van Swaabs boek.

Dat mensen helder worden als dat fysiek gezien volgens het boekje niet meer zou kunnen, ken ik als fenomeen, en Swaab doet wederom alsof zijn neus bloedt.

Swaab schijnt overigens slapeloze nachten te hebben van zijn bestseller succes (zie www.hpdetijd.nl/2011-02-02/hersenonderzoeker-dick-swaab)... Tja, heeft hij dat als de perfecte breinkenner en Überbrein-Meister niet eens onder controle? Valt me toch een beetje tegen van hem. ;-)
Citeer
 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen